Minder borstelen in de wijk (pilot)
In de wijk Vijfhuis in Uden starten we een pilot waarbij we het borstelen van verharding anders aanpakken. Op sommige plekken borstelen we minder vaak, zodat er ruimte ontstaat voor kleine planten tussen de tegels.
Met deze pilot onderzoeken we hoe we de openbare ruimte anders kunnen beheren, met oog voor zowel gebruik als biodiversiteit.
Wat verandert er?
Op dit moment houden we stoepen en verharding vaak volledig schoon en vrij van begroeiing. In deze pilot gaan we daar op een aantal plekken anders mee om.
We blijven borstelen waar dat nodig is, maar laten op andere plekken juist wat meer groeien. Denk aan kleine planten tussen de tegels of langs de randen van paden.
Waar borstelen we wel en waar minder?
Veiligheid en toegankelijkheid blijven altijd voorop staan. Daarom blijven we op druk gebruikte routes borstelen zoals je gewend bent.
Dat geldt onder andere voor:
- stoepen en looppaden met intensief gebruik
- routes voor rolstoelen, kinderwagens en hulpdiensten
- plekken waar een verzorgde en toegankelijke inrichting belangrijk is
- goten en randen voor een goede waterafvoer
Op plekken waar dit minder noodzakelijk is, borstelen we anders. Daar geven we ruimte aan wat vanzelf groeit, bijvoorbeeld langs randen, rondom obstakels en op plekken met weinig gebruik.
Waarom deze pilot?
Tussen tegels groeien van nature kleine planten zoals paardenbloemen en andere kruiden. In een omgeving met veel steen zijn dit waardevolle plekken voor insecten zoals bijen en vlinders.
Door hier anders mee om te gaan, ontstaat er stap voor stap meer ruimte voor biodiversiteit in de wijk.
Wat betekent dit voor de wijk?
Het straatbeeld kan er op sommige plekken anders uitzien dan je gewend bent. Minder strak, en soms wat groener.
Dit is een bewuste keuze. We houden het beheersbaar en grijpen in als het groen te veel wordt of overlast veroorzaakt.
Juist de combinatie van schone, goed toegankelijke paden en plekken met meer ruimte voor groen zorgt voor een prettige leefomgeving.
Vervolg
Met deze pilot doen we ervaring op in de praktijk. We volgen hoe het werkt, hoe het eruitziet en hoe bewoners het ervaren. De resultaten gebruiken we om te bepalen of en hoe we deze aanpak verder toepassen.